|
EN MUNITIE UIT DE CATEGORIEËN II EN III |
|
|
|
|
|
|
| Art. 31.
1. Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III over te dragen aan een persoon die zijn woonplaats of feitelijk verblijf in Nederland heeft en die niet overeenkomstig artikel 26, derde lid, of artikel 27 gerechtigd is het wapen of de munitie voorhanden te hebben. 2. Het is verboden
een wapen of munitie van de categorieën II
en III over te dragen aan een persoon
die zijn woonplaats of feitelijk verblijf in België of Luxemburg heeft
en die niet
3. Onverminderd het
bepaalde in het eerste lid is het verboden een wapen van
categorie
III over te dragen zonder inontvangstneming van het in artikel
32 bedoelde verlof tot verkrijging.
a. wanneer zij in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats hebben: door de korpschef van hun woon- of verblijfplaats; b. wanneer zij in Nederland geen vaste woon- of verblijfplaats hebben: door Onze Minister. 2. In afwijking van het eerste lid wordt aan personen die in België of Luxemburg hun vaste woon- of verblijfplaats hebben geen verlof tot verkrijging verleend. Een aan dergelijke personen door het bevoegd gezag van het land waar zij vaste woon- of verblijfplaats hebben verleend verlof tot verkrijging, geldt als verlof in de zin van dit artikel. Overdracht van een wapen waarop zulk een verlof tot verkrijging betrekking heeft, aan dergelijke personen is, met inachtneming van artikel 31, derde lid, toegestaan. 3. indien de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, ingezetene is van een van de andere lid-staten van de Europese Gemeenschappen, wordt door Onze Minister: a. geen verlof als bedoeld in het eerste lid verleend zonder voorafgaande toestemming van die lid-staat, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een vergunning is onderworpen; b. mededeling gedaan aan die lid-staat van een verlof als bedoeld in het eerste lid, wanneer het verlof betrekking heeft op wapens of munitie ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in die lid-staat aan een aangifte is onderworpen. |
|
|
|
|