| Art. 33.
1. Onverminderd artikel
10, vierde lid, kan Onze Minister, ten behoeve van de beveiliging,
eisen vaststellen, waaraan ruimten en vervoermiddelen, waarin wapens of
munitie van de categorieën
II
en III worden bewaard of vervoerd,
moeten voldoen. Worden zulke eisen vastgesteld voor ruimten en vervoermiddelen,
in gebruik bij de krijgsmacht, dan geschiedt dit door Onze Minister van
Defensie.
2. Onze Minister
kan, ten behoeve van de veiligheid, technische eisen vaststellen, waaraan
wapens en munitie van categorie III
bij overdracht aan personen die een verlof tot verkrijging als bedoeld
in artikel 32 hebben, moeten voldoen. |